Op 13 april trokken de laatste Duitsers en N.S.K.K. mannen uit Muntendam. Ze hebben nog geprobeerd de opmars van de geallieerden tegen te houden door de brug bij de steenfabriek op te blazen. De vijf schepen die aan kwamen varen, begeleid door Duitsers, konden niet verder doordat de in het water gevallen brug het verkeer te water stremde. De Duitsers hebben toen de schepen met handgranaten laten zinken. Sommige van deze schepen waren volgeladen met levensmiddelen.

Buitenkansje

Voor de Muntendammer bevolking betekenden de gezonken schepen een buitenkansje. De schepen zijn geplunderd zodra de Duitsers verdwenen waren. Meel, suiker, vlees enz. waren begeerlijke zaken voor de Muntendammers. Jan Gruben gaat zo snel mogelijk naar Veendam om van het Militair Gezag aldaar nadere orders te ontvangen hoe te handelen in deze. Hij krijgt toestemming om de plunderingen naar eigen inzicht te stoppen. Met behulp van de politie en de OD weten ze na enige tijd orde te scheppen in de chaos en op last van de OD/BS zijn de goederen opgeslagen en zijn later zo goed mogelijk verdeeld..

Zondag 15 april waren hier de eerste geallieerden strijdkrachten

Bevrijding

Het heugelijke nieuws dat Veendam was bevrijd bereikte ook Muntendam. Op vrijdag 13 april, de dag van de bevrijding van Veendam, worden ‘s avonds door de OD in het gemeentehuis van Muntendam wapens uitgedeeld. De Muntendammers, die in spanning de komst van de geallieerden afwachten, moesten echter nog enig geduld hebben. Terwijl de opmars vanuit Veendam op zich liet wachten wegens benzinetekort, trok er een pelotonspatrouille vanuit Veendam naar Meeden en verder naar Westerlee en Winschoten. Het Poolse bataljon jagers van Podhale trekt vanuit Alteveer en Nieuwe Pekela ook door Meeden. Zij gaan via de Oude- en Legeweg naar Zuidbroek. Ze kwamen dus niet door Muntendam.

De OD in Muntendam besluit het heft in eigen hand te nemen en treedt op zaterdag 14 april 1945 openlijk in werking. NSB-burgemeester Heikens wordt als eerste gevangen genomen. Muntendam was met deze arrestatie de eerste gemeente in het Noorden die hun burgemeester arresteerde. Heikens gaf zich over met de woorden: “Ik heb op het verkeerde paard gewed”. In de loop van de dag hebben ze de NSB-ers uit Muntendam gearresteerd, evenals de zogenaamde “Lüneburgers”.

Pas op zondag 15 april 1945 waren de eerste geallieerde strijdkrachten, de 1ste Poolse Pantserdivisie, in Muntendam, aldus de commandant van de NBS Jan Gruben. De oprukkende Polen probeerden de brug bij de steenfabriek, die door de Duitsers was opgeblazen, weer bruikbaar te maken voor hun zware tanks maar dit mislukte. De brug raakte nog verder beschadigd. In de nacht van 14 op 15 april hadden de Muntendammers inderhaast een noodbrug gebouwd over het Muntendammerdiep. Later werd ook deze beschadigd door een aanrijding van een Canadese auto. Het Muntendammerdiep was toen gestremd voor alle schepen.

Hoewel er in Muntendam dus nog geen geallieerde soldaat was te zien op zaterdag 14 april, wordt deze dag wel gezien als algemene Bevrijdingsdag. De dag dat de Binnenlandse Strijdkrachten olv Jan Gruben besluiten het heft in eigen hand te nemen en de Lüneburgers en NSB-ers arresteren.