Maatschappij van Weldadigheid

Maatschappij van Weldadigheid, Ommerschans en Veenhuizen.

De Maatschappij van Weldadigheid werd in 1818 opgericht door Johannes van den Bosch. Nederland was na de Franse overheersing, sterk verarmd. Vele gezinnen leefden in armoedige omstandigheden.

Het doel van de Maatschappij van Weldadigheid was om arme mensen een nieuwe basis van bestaan te bieden.

De gezinnen konden zich vrijwillig aanmelden, na aankomst kregen zij de beschikking over een kleine woning en een stukje grond. Door het ontginnen van deze gronden zouden zij in hun onderhoud kunnen voorzien en zou weer een fatsoenlijk bestaan kunnen opbouwen.

Strafkolonies

In Veenhuizen en Ommerschans werden strafkolonies opgericht. Hier werden landlopers en bedelaars opgesloten en aan het werk gezet. Maar ook kolonisten konden hier terechtkomen, bijvoorbeeld als straf voor drankmisbruik, ontucht, verkwisting, brutaliteit of desertie. In 1859 werden de kolonies overgenomen door de Nederlandse staat. In 1890 werd Ommerschans gesloten.

Muntendammers in de bedelaarskolonie Ommerschans

Op 3 juli 1840 worden 2 Muntendammer vrouwen ingeschreven in het register van de bedelaarskolonie Ommerschans, nl. Saartje Jacobs Doorenbosch, met stamboeknummer 624, en Ellechien Hendriks Drenth, met stamboeknummer 626.

Saartje Jacobs Dorenbosch

Saartje Jacobs Dorenbosch is geboren op 24 februari 1780 in Zuidbroek, dochter van Jacob Jans Dorenbosch en Imke Berends Medendorp. Er zijn nog 2 zussen en een broer. Saartje Jacobs trouwt voor de kerk op 8 februari 1808 in Oud-Beerta met de kleermaker Willem Jans Snijders alias Franz Wilhelm Frickenstein uit het Duitse Tecklenburg. Saartje Jacobs en Willem Jans krijgen samen 7 kinderen. Hun oudste zoon is in Meeden geboren, daarna zijn ze in Muntendam gaan wonen waar hun andere 6 kinderen worden geboren. Kinderen: Jacob (1807-1816) – Jan (1809-1816) – Berent (1815-1870) – Kriene (1815-1816) – Johannes (1818-1878) – Trijntje (1821-1821) – Jacobje (1826-1828). Eind augustus, begin september 1816 verliezen ze, binnen een week, 3 van hun jongens, oorzaak onbekend. Een besmettelijke ziekte en zeer armoedige omstandigheden zullen hier de oorzaak zijn geweest. Er volgen nog 3 kinderen waarvan 2 ook op zeer jonge leeftijd overlijden. Twee van hun zoons, Berent en Johannes bereiken de volwassen leeftijd en zullen later trouwen. Willem Jans Snijders overlijdt op circa 51 jarige leeftijd in 1832 te Muntendam. Saartje en haar twee jongens blijven met z’n drieën achter in een gedeeltelijk voltooid huisje aan de Akkers in Muntendam.

Elsje Drent(h)

Elligje Hindriks Drent is geboren 11 februari 1801 in Muntendam, dochter van Hindrik Roelfs Drent en Zwaantje Geerts Post. Elligje was de jongste dochter, zij had nog 3 zussen en een broer. Op 9 september 1833, Elligje(beter bekend als Elsje) is dan 32 jaar en ongehuwd, wordt haar dochter Geertje geboren. Volgens de geboorteakte van Geertje is moeder Elsjen Hindriks Drenth 27 jaar, zonder beroep. Elsje (Elligje) Hindriks Drenth is overleden op 31 oktober 1865 in Muntendam als Hellechien Drenth. Haar dochtertje Geertje is overleden op 27 september 1854, 21 jaar oud.

De 60-jarige Saartje Jacobs Dorenbosch en de 39-jarige Elsje Hindriks Drenth komen op dezelfde dag aan in Ommerschans, namelijk op 3 juli 1840.

Verzoek om vrijstelling

De burgemeester van Muntendam, Roelf Jans Giezen, dient al in juni 1840 een verzoek in om vrijstelling voor deze twee vrouwen. In een brief van 18/20 augustus 1840 komt het antwoord van de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken dat het verzoek wordt afgewezen. De burgemeester geeft niet op want op 6 oktober 1840 komt er wederom een brief van de Staatsraad Gouverneur der Provincie Groningen om een verklaring “naar de juistheid van des adressant (zoon Johannes W. Snijders) “dat hij in het onderhoud zijner bejaarde moeder (Saartje Jacobs Dorenbosch) zoude kunnen voorzien en omtrent den waarborg, welke daarin gelegen is, dat de koloniste zich niet weder aan bedelarij zal behoeven schuldig te maken”.

Op 26 oktober 1840 verzoekt de Staatsraad Gouverneur wederom om een bewijs dat Johannes W. Snijders in het onderhoud van zijn bejaarde moeder kan voorzien.

En dan eindelijk komt op 19 januari 1841 het verlossende woord: Saartje Jacobs Dorenbosch mag naar huis! Het gevraagde ontslag is ingewilligd!

Maar, op 15 februari 1841 wordt er wederom een brief bezorgd bij de gemeente Muntendam, het betreft de sterfacte van Saartje Jacobs Dorenbosch! Saartje is op 4 januari 1841 overleden in het tweede etablissement te Ommerschans, Maatschappij van Weldadigheid, als gevolg van “afnemende krachten”.

Een mooi staaltje van bureaucratie, ook toen al!

En Elsje Hindriks Drenth?

Na het eerste verzoek van de burgemeester in juni 1840 lezen we in de correspondentie tussen de burgemeester en de Staatsraad Gouverneur van Groningen niets over Elsje Drenth. Maar Elsje neemt het heft in eigen hand. Ze schrijft twee brieven aan de burgemeester of misschien heeft ze deze laten schrijven. Eén brief is gedateerd nl. 18 april 1841, Elsje verblijft dan al 10 maanden in Ommerschans. In deze brief gericht aan de burgemeester van Muntendam vraagt Elsje om haar ontslag te verlenen want “daar ik hier tog zoo veel moet werken en het mij niet te veel is om te werken als ik maar weder op mijn vrije voeten was daar tog na al tien maanden van mijn kind dat onmondig is of moet gescheiden zijn dat mij zo smart” Ze heeft al twee brieven aan haar zusters gestuurd maar geen antwoord ontvangen. Ze vraagt de burgemeester de brief ook aan haar zusters te sturen en deze te frankeren want ze kan de brief niet betalen want haar verdiensten zijn niet veel en ze moet haar geld ook voor eten gebruiken “want van ’s morgensvroeg op het land tot ’s avonds laat daar kan men niet toe met het eten dat men hier krijgt”. Ze vraagt haar zusters om haar te laten weten hoe het met haar kind is en haar dochtertje een kus te geven namens haar. Ook wil ze graag weten hoe het met Saartje Jakobs Dorenbosch is.

Tweede brief

De tweede brief is wederom aan de burgemeester gericht met het verzoek deze door te sturen naar Koenraad Seip. Elsje laat weten dat ze nog “fris en gezond” is en dat ze naar haar dochtertje verlangt. Ook klaagt ze wederom dat ze zo hard werken moet op een droog stukje brood. Maar ze zal het volhouden als ze maar weet hoe het met haar dochtertje is. Ze hoopt dat de burgemeester zijn woord zal houden om een verzoek in te dienen dat ze met een jaar “los” mag komen zodat ze zelf weer voor haar dochtertje kan zorgen.

Of de burgemeester ook daadwerkelijk een verzoek om vrijstelling heeft ingediend is niet bekend, ook is niet bekend wanneer Elsje Drenth is ontslagen uit Ommerschans. Uit haar eerste brief blijkt dat Elsje en Saartje Dorenbosch in Ommerschans geen contact met elkaar hadden want Saartje was al 3 maanden eerder overleden.

Bronnen:
http://maatschappijvanweldadigheid.nl
https://nl.wikipedia.org/wiki/Maatschappij_van_Weldadigheid
G
emeente Menterwolde – archief gemeente Muntendam

Reageren is niet mogelijk