Geschiedenis-Muntendam

De Geschiedenis van Muntendam

Oud-burgemeester Gerrit Groenendaal (Burgemeester van 16 april 1946 tot 15 april 1958 ) was zeer geïnteresseerd in de geschiedenis van Muntendam.  Over de geschiedenis van Muntendam heeft hij het volgende verslag geschreven.

Historie

“Speurend in de oude archieven vinden we geen kronieken die belangrijke gegevens vermelden over de historie van de gemeente. Wel wordt de naam Muntendam voor zover bekend voor het eerst genoemd in officiële stukken uit de 14e eeuw, maar uit de aard van zijn ligging op een zandkop in het vroegere veengebied, mag worden aangenomen dat de plaats veel ouder is. Aan de rand van de haast ontoegankelijke veengebieden is waarschijnlijk al in de laat Germaanse tijd een nederzetting ontstaan die uitgroeide tot het thans bekende Muntendam.
Ondanks de hoge ouderdom is Muntendam in de loop der eeuwen niet tot grote bloei gekomen. Het isolement waarin de gemeenschap jaren leefde en de veilige moeilijk bereikbare woonplaats in de eenzaamheid waar de heterogene bevolking voor een deel in woelige tijden een toevlucht zocht buiten de greep van het wettig gezag, is hier niet vreemd aan.

In de loop der jaren is Muntendam na de vergraving der venen, de achteruitgang der scheepvaart en de onmogelijkheid om allen in de landbouw een bestaan te vinden, uitgegroeid tot een typisch handelsdorp waarvan de onmiskenbaar zijn stempel gedrukt op de Muntendammer samenleving. De bevolking in latere tijd zich steeds meer op de industrie is gaan oriënteren zodat velen werk vinden in de fabrieken. Dit laatste is opmerkelijk wanneer men bedenkt, dat de Muntendammer van nature weinig voelt voor geregelde arbeid en in de voorafgaande halve eeuw naast werkzaamheden van los arbeider zijn bestaan vond in het venten met textiel, groente, fruit, vis kippen oud roest, lompen en galanterieën. Oorspronkelijk trokken de venters er op uit met hondenkarren, 66 kruiwagens of op de fiets met de bekende vreemdsoortige negotiemandjes voor op de bagagedrager. Het maatschappelijk gedrag van deze bevolkingsgroep heeft onmiskenbaar zijn stempel gedrukt op de Muntendammer samenleving.

Bij de opkomst van de industrie heeft de plaatselijke ontwikkeling geen gelijke tred gehouden met de vooruitgang in de Veenkolonieën, zelfs viel er teruggang te constateren. Wel hebben enkele industrieën zich weten te handhaven, maar nieuwe bedrijven hebben zich niet gevestigd. Het laatste is overigens kenmerkend voor de huidige situatie in het gehele gebied van de oude Veenkoloniën. Een symtoom dat zeer verontrustend genoemd kan worden.

Woningtoestand

Een ander probleem waar men al jaren mee worstelt is de onstellende woningtoestand in de gemeente. Reeds ver voor de laatste wereldoorlog was de situatie allesbehalve rooskleurig. De oorzaak ligt voor een deel bij de bevolking zelf die weinig spaarzin toont en het bouwen van een eigen woning achterwege laat in de veronderstelling dat de woningbouwvereniging met behulp van de overheid te zijner tijd wel raad zal schaffen. In de huidige tijdsomstandigheden is het voor het gemeentebestuur een onmogelijke taak in deze noodtoestand op korte termijn verbetering te brengen. Daarbij komt dat in vele gevallen goede woonhygiëne en doelmatige bewoning nog geleerd moet worden. Eerst wanneer men hiervoor begrip gaat tonen, zullen langzamerhand de levensomstandigheden van dat deel der bevolking die het nodig heeft op een hoger plan gebracht kunnen worden. Dan ook zullen krotwoningen tot het verleden gaan behoren, maar het verbeteringsproces kost tijd.

Vooruitgang

Aan de andere kant kunnen wij optimistischer geluiden laten horen over de vooruitgang die na de oorlog is geboekt. Het is misschien dienstig, zij het summier, de verbeteringen de revue te laten passeren. Zo groeit tahnd in het westen van het dorp bij de nieuwe kazerne voor de Rijkspolitie aan het Julianaplein een moderne woonwijk aangepast aan de behoeften van de bevolking. In het centrum van Muntendam werden rioleringen gelegd. Nieuwe trottoirs en klinkerbestratingen geven de plaats thans een frisser aanzien. De vieze afval in tuintjes achter de huizen is bezig te verdwijnen dank zij de reinigingsdienst. Scholen worden gemoderniseerd en gesticht. De Prof. van de Leeuwschool voorziet als streekschool in een lang gevoelde behoefte van goed voortgezet lager onderwijs waarbij het kooklokaal door de doelmatige en prettige inrichting opvalt. Het sportveld achter de openbare lagere school en het nieuwe gebouw voor onze kleuters “de Pelikaanschool”, zijn aanwinsten waar we trots op mogen zijn. Het bovengrondse lichtnet in de kom van het dorp verdween en een nieuwe straatverlichting kwam tot stand, waardoor het dorpsbeeld een aanzienlijk werd verbeterd. De Polder het oudste woongedeelte wordt geheel gesaneerd. Belangrijke vooruitgang valt hier te consteren, steunend opent geheel in 1947/1948 gewijzigd uitbreidings- en saneringsplan, dat thans opnieuw herzien wordt. Stelselmatig zijn, waar nodig, krotten aangekocht om deze uit het dorpsbeeld te doen verdwijnen, waardoor bij vervanging de zo hoog nodige verbeteringen van hygiënische toestanden in het belang van de huisvesting en volksgezondheid worden verkregen.

Sociale- en culturele noden

In 1947 werd begonnen speciale aandacht te schenken aan de sociale- en culturele noden in de gemeente. Het maatschappelijk werk werd aangevat door de benoeming van een maatschappelijk werkster in samenwerking met de Stichting Maatschappelijk Werk ten plattelande. Al spoedig kwam een leesbibliotheek in het gemeentehuis tot stand waaraan enkele ingezetenen geheel belangeloos medewerken. Het is verheugdend dat hiervoor van de zijde der burgerij zo’n grote belangstelling bestaat. In de wintermaanden wordt er flink gelezen en vakliteratuur wordt dikwijls aangevraagd.

De cursussen in de school voor V.G.L.O voor de jeugd in hout- en metaalbewerking blijken een succes te zijn.

Het gemeentebestuur heeft thans wat de toekomstplannen betreft, het reeds zo lang gewenste en noodzakelijk geachte zwembad in behandeling gegeven dat geprojecteerd is bij het nieuwe sportterrein. De aanleg van een plantsoen met grote waterpartij ten oosten van het Loeg en begrensd door het Rak en de Vijverstraat wordt voorbereid. De plannen zijn reeds gedeeltelijk uitgewerkt, terwijl tevens is gedacht aan een doorbraak langs de Ned.Herv.Pastorie, loodrecht op de Kerkstraat in noordelijke richting evenwijdig aan het Loeg en uitkomend bij garage Staal.

Economie

Een derde object van grote betekenis voor het verkeer en waarbij vele handen lange tijd werk zullen vinden is de vernieuwing van de weg TussenKlappen met rijwielpad.

Maar toch dient ment te bedenken, dat al deze plannen van verbetering en vernieuwing slechts camouflage van de armoede zullen blijken te zijn, indien niet aan een andere hoogst belangrijke materie van vitaal belang voor de oude Veenkoloniën, aandacht wordt geschonken en tot oplossing wordt gebracht.

Het is immers zo dat deze streken economisch gezien uiterst zwak staan en dat betekent voor de toekomst gebrek aan welvaart. Er is nl. momenteel stilstand in de industriële ontwikkeling en stilstand is achteruitgang. De beste jonge arbeidskrachten vestigen zich elders. Ze trekken weg als gevolg van te weinig werkgelegenheid. Bovendien wordt Muntendam extra afgeroomd door de begrijpelijke zuigkracht van Veendam mede in verband met de relatief hogere toewijzing van bouwvolume. Hierdoor wordt de homogeniteit van het isolement waarin Muntendam zich bevindt door de geaardheid van een deel der bevolking nog bevorderd hetgeen zeker niet gewenst is. Deze toestand schept consequenties die terdege in het oog gehouden moeten worden en een oplossing eisen. Muntendam is “industrie-minded” hetgeen blijkt uit de hiervolgende percentages van de beroepsbevolking: Industrie 43,6%; landbouw 24,2%; handel en verkeer 20,6%; overige beroepen 11,6%. Hoe moet het probleem nu worden aangevat?

Industrie

Het is op zich zelf niet voldoende indien de gemeente Muntendam industrieterreinen creëert. Zo eenvoudig is de zaak niet, er moet meer gebeuren. In de couranten hebt U reeds herhaaldelijk kunnen lezen dat de toestanden in de oude Veenkoloniën aan alle kanten onder de loep zijn genomen. De N.E.T.O. te Groningen heeft in diverse rapporten op voortreffelijke wijze met behulp van prognose cijfers aangetoond, dat de toekomstige ontwikkeling ongunstig zal zijn, indien geen drastische maatregelen tot verbetering worden genomen. Hoe zijn dan de perspectieven voor de toekomst? Waar moet dan een begin gemaakt worden?

  1. Allereerst dienen de gemeentebesturen bereid te zijn het streekbelang boven het beperkt belang van de gemeente te laten prevaleren, zodat er een intergemeenschappelijke samenwerking ontstaat, waardoor zich een maximum aan krachtontplooiing ontwikkelt. Het spreekt van zelf dat een belangengemeenschap grotere resultaten kan bereiken ten einde industrialisatie te bevorderen, door de belanghebbende gemeenten afzonderlijk.
  2. Wil men de industriële ontplooiing bevorderen, dan dient de huidige verkeerssituatie op korte termijn te verbeteren. Modernisering van het verkeer te land en te water zal ongetwijfeld stimulerend werken op de ontwikkeling van de industrie, zoals dit vroeger na de vervening ook het geval was.
  3. Vervolgens is het noodzakelijk dat de gemeentebesturen nauw overleg plegen, zelfs daar waar vraagstukken, formeel gezien op het gebied van de eigen gemeente liggen en daardoor een betere onderhandelingspositie te verkrijgen tegenover de centrale en provinciale overheid voor het bepleiten van de belangen.

Voor de gemeenten Veendam, Wildervank en Muntendam is dit van het allergrootste belang daar hier wel zeer duidelijk van een sociale, economische en geografische samenhang gesproken kan worden.

De verbondenheid is zo groot dat vele vraagstukken in de toekomst in goed onderling overleg opgelost kunnen worden. Concurrentiestrijd wordt hierdoor vermeden.

Het bovenstaande is in het bijzonder van belang voor het oplossen van problemen in de toekomst wanneer de perspectieven hopelijk rooskleuriger worden, betreffende de huisvesting van industriële arbeidskrachten, het aantrekken van industrieën en de ligging en coördinatie van industrieterreinen.

Hoe deze synthese ook zij, voorlopig blijft het parool: gestadig werken aan de herleving van het industriële klimaat in het gebied van de oude Veenkoloniën, waar het prettig zal zijn te werken en te wonen. Het betekent bouwen aan een betere samenleving dus ook aan een betere toekomst.

De burgemeester van Muntendam,

Groenendaal.

Reageren is niet mogelijk