Harm Slor

Harm Slor, Muntendam

Harm Slor

 

Naam Harm Slor
Geboortedatum 11-7-1872 Muntendam
Overleden 25-7-1935 Amsterdam (zelfmoord)
Ouders Jan Slor/Tijtje Moesker

In de online Gevangenisregisters van Hoorn of Brabantse inschrijfregisters zijn geen registraties gevonden van Harm Slor.

Moord in Jordaan.

Man doodt zijn vrouw en slaat de hand aan zichzelf  (per luchtmail)

Amsterdam 25 juli 1935

In het hartje van den Jordaan te Amsterdam heeft zich vanochtend een korte doch hevige familietwist afgespeeld met een tragisch en bloedig besluit. Op het derde bovenhuis van het perceel Derde Leliedwarsstraat 3 heeft daar de 63-jarige werklooze straatventer Harm Slor zijn 43 jarige echtgenoote Hermanna Thoma van wie hij sinds een half jaar geleden gescheiden leefde, na een korte, doch felle woordenwisseling met messteken in de borst en  in den hals vermoord, waarna hij zichzelf, door een snede in den hals, van het leven heeft beroofd.

Het echtpaar, dat al jaren getrouwd is en uit wier huwelijk negen kinderen waren gesproten, had een ongelukkig huwelijksleven lezen wij in het “Handelsblad”.

De vrouw had algemeen de reputatie van fatsoenlijk en oppassend te zijn, doch de man was een berucht Jordaantype, habitueel dronkaard, die reeds tallooze malen gevangenisstraffen heeft ondergaan wegens zedendelicten.

Nadat hij, nu ongeveer een half jaar geleden, van zijn laatste gevangenisstraf, die anderhalf jaar had geduurd, was ontslagen, had zijn vrouw te kennen gegeven, dat zij niet langer met hem wilde samenwonen. Zij diende een eisch tot echtscheiding in en ging, nu acht dagen geleden, met haar vier jongste kinderen – drie meisjes van negen, dertien en vijftien jaar en een jongen van zeventien – wonen in het bovenhuisje aan de Derde Leliedwarsstraat, waar het tragische voorval zich hedenochtend heeft afgespeeld. De vier oudsten kinderen (het negende was onlangs op jeugdigen leeftijd overleden) waren reeds getrouwd.

De man, Harm Slor, nam zijn intrek bij zijn zuster in de Tuinstraat. Om zijn gezin bekommerde hij zich niet meer; de vrouw moest leven van de steun-uitkeering en van wat haar oudste inwonende dochter, die dienstbode is, haar van haar loon kon afstaan. Wel echter maakte Harm Slor het zijn vrouw lastig met dreigbrieven, waarmee hij haar den stuipen op het lijf joeg. Moeder en kinderen zagen met angst het ogenblik tegemoet, dat de man, vroeger of later, hun woning zou komen bezoeken, want omtrent de bedoelingen en gezindheid, die bij een dergelijk bezoek van hem te verwachten waren, lieten zijn schriftelijke en mondelinge uitlatingen geen twijfel.

Vanochtend tegen 10 uur heeft Harm Slor zich dan inderdaad naar de Derde Leliedwarsstraat begeven om het misdadige voornemen, waar hij kennelijk reeds lang mee rondliep, ten uitvoer te brengen. Zijn boos opzet laat te minder twijfel, daar hij een groot knipmes van ruim twintig centimeter lang, waarvan het lemmet vastgezet kon worden, bij zich gestoken.

Wel wetende, welk gevaar haar bedreigde, had de vrouw, toen zij de woning aan de Derde Leliedwarsstraat betrok, een extra groot slot op de deur laten aanbrengen, en bij het opendoen, als er gebeld werd, nam zij altijd de grootste behoedzaamheid in acht. Helaas is het toeval den geweldenaar gunstig geweest. Na eerst, per abuis, bij de buren te hebben gebeld, trad hij onverhoeds de bovenwoning van no.3 binnen, waar zijn vrouw op dat ogenblik alleen thuis was.

Hetgeen daarna gevolgd is, laat zich maar al te gemakkelijk reconstrueeren. Slor werd in het achterkamertje door zijn vrouw ontvangen, waar hij haar dreigend toesprak en het kwam terstond tot een hevige woordenwisseling, die aldra overging in een worsteling op leven en dood. De kort en klein geslagen meubelen, op zij geworpen tafels en stoelen en een vernield schilderijtje in de achterkamer en in het voorvertrekje, waarheen man en vrouw zich tijdens hun gevecht hebben verplaatst, spreken een stille, doch duidelijke taal.

Een ogenblik hebben buren de vrouw van Slor nog met een bebloeden arm voor het raam om hulp zien wenken, doch vóór iemand kon ingrijpen had de echtelijke twist reeds zijn noodlottig besluit gekregen.

De buren die, op straat loopende, hadden bemerkt wat er gaande was, waarschuwden ogenblikkelijk den doodskistenmaker Kas, wonende aan de Egelantiersgracht op den hoek van de Derde Leliedwarsstraat omdat die een telefoon heeft. Kas belde dadelijk de politie Raampoort op en kort daarna was inspecteur Harrebomee met eenige agenten van dit bureau op de plaats van het misdrijf aanwezig.

Zij vonden, in het totaal overhoop gegooide voorkamertje, het lijk van Harm Slor op den grond liggen met het hoofd op zijn arm, en in een fauteuil het levenlooze lichaam van zijn veel jongere vrouw. Deze laatste had den dood gevonden door steken in het hart en in den linker hals-slagader. Slor had zichzelf met een snede links in den hals gedood. Bij den man lag het vervaarlijke knipmes, waarmee de wonden zijn toegebracht.

Voor de politioneele en justitieele autoriteiten bleeft weinig te doen over – even als onlangs bij den moord in de Kerkstraat het geval was. Op de plaats van den moord verschenen weldra commissaris Dijkstra, waarnemend commissaris van de sectie Raampoort, de politiedeskundige de heer Van Ledden Hulsebosch, de substituut-officier van Justitie, mr. Van Arkel, dr. J.J. Dalmeier van den Gem. Geneesk.Dienst. Situatiefoto’s werden van politie-wege genomen. De lichamen der slachtoffers werden onderzoch en nadat de lijken waren vervoerd en de afzetting van de straat, waaromheen het heel den ochtend zwart was van de belangstellenden, was opgeheven, bleef er voor de justitie en politie weinig of niets meer te doen in deze droevige zaak, die zich in enkele minuten heeft afgespeeld.

Artikel/pagina delen

Reacties zijn gesloten.